Owner: RL P&Z
Region: Groene Gordel • Vlaams Brabant • Halle-Vilvoorde • Gooik • Leerbeek
Linked groups:
Natuur
• Geschiedenis
• Geografie
• Archeologie
• Erfgoed
• Geologie
• Oud trein/tram-spoor
• Wist je dat...
|
3015 views |
Public
Groetjes van de Kesterheide!
Project van Centrum Agrarische Geschiedenis vzw, 016 32 35 42, www.cagnet.be ism Regionaal Landschap Zenne, Zuun & Zoniën, 02 452 60 45, www.rlzzz.be.
(c) Landschapstekeningen en foto’s Bart Van Camp
(c) Tekst Sarah Luyten (CAG) en Bart Van Camp
Groetjes uit het Pajottenland!
Het hedendaagse landschap in Vlaanderen is het resultaat van een eeuwenlange inspanning van de mens om in zijn levensonderhoud te voorzien. Het landschap is bijgevolg in grote mate gevormd door de mens. In Gooik is deze evolutie nog duidelijk zichtbaar.
De mens en het landschap
Aan de hand van bestaande literatuur, opgravingen en gesprekken met onderzoekers kunnen we ons een beeld vormen van hoe het landschap evolueerde van een toendra tot het rijke cultuurlandschap van vandaag...
Met Groetjes uit het Pajottenland! zetten het Regionaal Landschap Zenne, Zuun & Zoniën (RLZZZ) en het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG) het waardevolle Pajottenlandschap van vroeger en nu in de kijker.
Originele wandelkaart met steun van provincie Vlaams-Brabant, de Vlaamse overheid en Pajottenland+ (Europa investeert in zijn platteland).
Sponsored links
Statistics
This route on your website
Places of interest (along the route)
(show all)
De Paddenbroek (distance from start: 0 km/0 miles)
In het educatief centrum gaan natuur en landbouw hand in hand want het Pajotse landschap is voor een groot stuk ‘landbouwnatuur’ met fruitbomen, hagen, poelen en andere kleine landschapselementen.
Paddenbroek staat voor iedereen open als rustplek, vertrekpunt, vormingscentrum, ontmoetingsplaats… Paddenbroek heeft een uitgewerkt aanbod voor het basisonderwijs maar ontvangt ook groepen en teambuilding.
Adres: Paddenbroekstraat 12, Gooik.
Contact: 02 306 45 62, www.paddenbroek.be
Parking (distance from start: 0 km/0 miles)
Ontstaan van de Kesterheide (distance from start: 0.13 km/0.08 miles)
Naar het einde toe verminderen de overstromingen en komt het land droog te liggen. Vanaf dan begint het landschap door erosie en verwering te veranderen. Door deze inwerking slijten zachte lagen sneller af dan harde. Het landschap, dat uit verschillende lagen met een verschillende hardheid bestaat, krijgt een reliëf.
De afgezette zanden (Diestiaanse zanden) bevatten relatief veel ijzer die onder invloed van de lucht omvormen tot ijzerzandsteen. Deze ijzerzandsteen is zeer hard en zal door latere erosie maar heel langzaam afslijten. Zo ontstaan er heuvels die nu nog steeds in ons landschap te zien zijn. De Kesterheide is zo'n getuigenheuvel waarbij de grondlaag bestaat uit een harde ijzerhoudende zandsteenbank. De Kesterheide is met zijn 112 meter hoogte het hoogste punt van het Pajottenland.
Landmark 1: Vruchtbare landbouwgronden in Gooik dankzij de ijstijden (distance from start: 0.18 km/0.11 miles)
Periode 1 - De ijstijden (distance from start: 0.32 km/0.2 miles)
----
Kwartiair tijdperk
Ongeveer 1,8 miljoen jaar geleden beginnen de ijstijden. Het is zo koud dat enorme watermassa's tot ijs bevriezen. De zeespiegel daalt en de Noordzee komt grotendeels droog te liggen. De wind verplaatst gedurende lange tijd grote hoeveelheden stof van het noorden naar het zuiden over de onbegroeide vlakten.
Het zwaardere zand wordt al snel door het hogere reliëf tegen gehouden en bijgevolg in Noordelijk Vlaanderen afgezet. Het lichtere zandleem en leem (löss) wordt daarentegen door de wind verder meegedragen. Deze zijn verder zuidwaarts afgezet, waarbij de hoeveelheid afgezette korrels varieert. Deze materialen bedekken het 'tertiaire' reliëf van ijzerzandsteen en kleilagen. Gooik heeft een leembodem wat het gebied een vruchtbaar karakter geeft.
Knooppunt 218 (distance from start: 0.32 km/0.2 miles)
Landmark 2: Gepolijste bijlen zijn teruggevonden op en rond de Kesterheide en nabij De Paddenbroek (distance from start: 0.32 km/0.2 miles)
Landmark 7: Resten van een Gallo-Romeinse villa (distance from start: 0.32 km/0.2 miles)
Periode 2 - De jagers-verzamelaars (distance from start: 0.43 km/0.27 miles)
Het dennen-berkenbos dat na de ijstijden de toendra verovert, evolueert geleidelijk aan tot een loofwoud. De open vlakte verandert in een gesloten, bebost woud.
----
Steentijden <10.000 v.C. tot 5.000 v.C.
De eerste sporen van de mens in Gooik en omgeving dateren van tijdens de laatste ijstijd, circa 70.000 jaar geleden. Het klimaat is koud, waarbij maar enkele maanden per jaar de temperatuur boven het vriespunt komt. Het aanwezige landschap bestaat uit mossen, kleine struiken en enkele bomen. Op de open vlakten zwerven kuddes rendieren, bizons en mammoeten rond.
De bevolkingsdichtheid is zeer laag. De mensen leven van jachtwild en van het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze jagers-verzamelaars hebben geen vaste verblijfplaats, maar trekken in kleine groepjes voortdurend verder. Ze leven steeds in tijdelijke kampementen in de nabijheid van een bron en op goed gedraineerde heuvels zoals de Kesterheide. Bij de bouw ervan gebruiken ze alles wat in de natuur terug te vinden is.
Ongeveer 10.000 jaar geleden beginnen de weersomstandigheden te veranderen en krijgen we een milder klimaat. Het ijs smelt en de zeespiegel stijgt opnieuw. Door de temperatuurstijging verdwijnt de reeds bestaande vegetatie en maakt deze plaats voor bossen van voornamelijk naaldbomen en berken. De open vlakte verandert in een meer gesloten landschap. De bomenpopulatie breidt sterk uit en evolueert tot een loofbos. De grotere dieren maken plaats voor kleinere.
Landmark 6: Resten van een Gallo-Romeinse villa (distance from start: 0.63 km/0.39 miles)
Periode 3 - De eerste landbouwers (distance from start: 0.76 km/0.47 miles)
Het gesloten bos rond de kleine nederzettingen evolueert naar een open parkbos.
----
Het Neolithicum - 5.000 v.C. tot 700 v.C.
Na verloop van tijd vestigen de mensen zich permanent op één plaats en verschijnen de eerste vormen van landbouw. Er blijven evenwel nog jagers-verzamelaars het nomadenbestaan leiden.
De eerste gekende sporen van ontwikkeling in het Pajottenland behoren tot de 'Michelsbergcultuur' (circa 4.250 v.C.). Deze mensen leven zowel van landbouw als van veeteelt. De vruchtbare leemgronden zijn ideaal om gewassen op te telen.
Door de intensieve bewerking is de bodem na enige tijd echter uitgeput en zoeken de landbouwers nieuwe gronden op. Hierbij kappen zij stukken bos om en branden het resterende hout plat. Dit heet wisselbouw of 'Shifting Cultivation'. Schapen en geiten grazen vooral in de open gebieden terwijl varkens en runderen in het bos hun voedsel zoeken. Door deze ingrepen vermindert de oppervlakte van het natuurlijk bos. Het woud evolueert rond de nederzettingen van een gesloten naar een open parkbos. Op sommige plaatsen verschijnt een boomloos grasland. Eik en els overheersen in het loofbos.
De nederzettingen van de Michelsbergcultuur liggen op een gunstige topografische plaats. Zo kan de Kesterheide, als hoogste heuvel van het Pajottenland, een ideale verblijfplaats zijn geweest. Hoewel recent concentraties van stenen werktuigen zijn gevonden ontbreken vooralsnog sporen van structuren of huizen.
Landmark 17: Buurttram Ninove-Leerbeek-Brussel vanaf begin 20ste eeuw (distance from start: 1.12 km/0.69 miles)
Knooppunt 215 (distance from start: 1.3 km/0.81 miles)
Knooppunt 216 (distance from start: 1.86 km/1.16 miles)
Knooppunt 255 (distance from start: 2.48 km/1.54 miles)
Periode 4 - De Kelten (distance from start: 2.48 km/1.54 miles)
----
700 v.C. tot ca. 50 v.C.
Bij de Keltische bevolking is er een duidelijk onderscheid tussen de rijke edellieden, de gewone en de onderworpen bevolking. De 'elite' woont in hoogteversterkingen (oppidum), waaronder ook op de Kesterheide. Pal op de waterscheiding Dender-Zenne. Deze hooggelegen plaats biedt een goed uitzicht op en controle over de vallei. Vermoedelijk is hiervoor een groot deel van de Kesterheide ontbost. Door handelsnetwerken wordt luxemateriaal geïmporteerd. IJzeren voorwerpen verschijnen. De boeren leven in hutten of boerderijen. De bevolking leeft van landbouw en veeteelt. Paarden en kippen worden gehouden en schapenteelt neemt toe. Akkers zijn afwisselend bebouwd met diverse gewassen.
Wanneer er verschraling van de grond optreedt, komt dit perceel braak te liggen. De huizen liggen vaak op deze uitgeputte, braakliggende grond. In de praktijk verhuist de woning dus regelmatig naar een ander stuk grond. Het open landschap kenmerkt zich door vele dichte hagen, waarbij takken van jonge boompjes met doorn- en braamstruiken zijn vervlochten.
Voornamelijk in de zandstreken vinden we het raatakkersysteem, of ook “Celtic Fields” genoemd, terug. Dit is een akkercomplex met regelmatig patroon en dammetjes tussen de percelen. In Gooik zijn hiervan nog geen sporen teruggevonden.
Vanaf circa 58 v.C. vallen de Romeinen onder leiding van Julius Caesar binnen en verslaan geleidelijk aan de verschillende stammen.
Landmark 3: De Keltische 'elite' woonde in een versterkte hoogtenederzetting op de Kesterheide (distance from start: 2.48 km/1.54 miles)
Landmark 13: De IJzeren Man, een geodetisch punt (distance from start: 2.48 km/1.54 miles)
Knooppunt 257 (distance from start: 2.6 km/1.61 miles)
Landmark 14: Calvariekruis om de 20ste eeuw aan Christus toe te wijden (distance from start: 2.6 km/1.61 miles)
Landmark 18: Radartoren (distance from start: 2.6 km/1.61 miles)
Landmark 4: De Kesterweg dateert uit de Keltische periode (distance from start: 3.09 km/1.92 miles)
Landmark 19: Motorcrosspiste (distance from start: 3.33 km/2.07 miles)
Knooppunt 254 (distance from start: 3.74 km/2.33 miles)
Knooppunt 253 (distance from start: 4.2 km/2.61 miles)
Periode 5 - De Gallo-Romeinen (distance from start: 4.2 km/2.61 miles)
----
ca. 50 v.C. tot 400
Rond 52 v.C. is heel Gallië veroverd en is de Keltische bevolking grotendeels geassimileerd. Romeinse landmeters leggen rechte wegen aan om verplaatsingen van het leger en het transport van voorraden en handelsproducten te vergemakkelijken. De weg Asse Edingen verbindt de vici van Asse met Bavai. Ter hoogte van Kester kruist het waarschijnlijk de weg van Cassel naar Tongeren. Op korte afstand van deze wegen staan villa's (landbouwbedrijven) die in graanteelt zijn gespecialiseerd. Deze gebouwen, dikwijls volledig of gedeeltelijk in steen, zijn in lokale stijl of in luxueuze nieuwbouw (mozaïeken vloeren, muurschilderingen, thermen) opgetrokken. De inheemse bevolking blijft in hout en leem bouwen. Hun dorpen bevinden zich op enige afstand van de villa's.
De landbouw en handel herbloeien. We krijgen uitgestrekte akkerlanden. De eerste steden ontstaan. Langs de kruising van twee handelswegen verschijnt zo de 'vicus' (gehucht) Kester, vermoedelijk afgeleid van 'castrum', wat legerkamp betekent. In Kester worden de landbouwproducten uit de omliggende villa's verdeeld en uitgevoerd.
Vanaf de 3de eeuw vallen Germaanse volkeren binnen. Er volgt een economische en politieke crisis en in de 5de eeuw stort het Romeinse rijk in. De meeste 'villa's' worden verlaten en zijn na verloop van tijd bedekt met bos. Het bevolkingspeil loopt sterk terug.
Knooppunt 250 (distance from start: 4.64 km/2.88 miles)
Knooppunt 251 (distance from start: 5.27 km/3.27 miles)
Knooppunt 258 (distance from start: 5.46 km/3.39 miles)
Landmark 8: Gehucht Bergem is een oude Frankische nederzetting (distance from start: 5.94 km/3.69 miles)
Periode 6 - De Franken (distance from start: 5.99 km/3.72 miles)
----
Vroege Middeleeuwen (ca. 400 tot 900)
De Frankische nederzettingen vestigen zich vlakbij de goede landbouwgronden. De gehuchten bestaan uit enkele hoeven (vier tot zes) die tot één familieverband behoren. Deze hoeven liggen gegroepeerd rond een gemeenschappelijke weideplaats (dries). Hier verzamelen de inwoners hun kleinvee (schapen, geiten en varkens). Akkers en weilanden liggen rond deze gehuchten. Het accent van de landbouw ligt voornamelijk op akkerbouw, maar ook veeteelt wordt belangrijk. Al snel verandert het landschap naar ontgonnen akkerland. De gehuchten evolueren en groeien dikwijls aan elkaar tot echte nederzettingen. Vele boeren en dorpsgemeenschappen zijn zelfbesturend. Grote hoeven komen in het landschap verspreid voor en zijn in handen van grootgrondbezitters. Door een toenemende bevolkingsgroei is er steeds meer vraag naar voedingsproducten.
Vanaf de 9de eeuw verschijnt het drieslagstelsel en kunnen de boeren zo twee oogsten per jaar binnenhalen. De akkergronden zijn in drie stukken verdeeld. Op één deel verbouwt de boer het ene jaar wintergranen (tarwe, rogge) en het jaar erna zomergranen (gerst, haver). Het derde jaar laat hij het braak liggen zodat de bodem kan herstellen. De andere twee percelen volgen hetzelfde patroon met een jaar verschil.
Landmark 5: Vicus op de kruising van de weg naar Velzeke en de Romeinse Steenweg Bavay-Asse (distance from start: 5.99 km/3.72 miles)
Knooppunt 256 (distance from start: 6.27 km/3.89 miles)
Landmark 9: Graften zijn getuigen van middeleeuwse akkerbouw (distance from start: 6.52 km/4.05 miles)
Periode 7 - De Middeleeuwen (distance from start: 6.85 km/4.25 miles)
Vele gemeenschappelijke gronden zijn privaat domein en worden afgesloten door voornamelijk levende omheiningen. Typische getuigen van akkerbouw zijn graften (landmark 9) en holle wegen. (landmark 10)
----
ca. 900 tot 1500
Invallen van de Noormannen en het ontbreken van openbaar gezag zorgen in de 10de eeuw voor verwarring en onzekerheid. Lokale heren en individuele boeren maken van de gelegenheid gebruik om zich stukken grond toe te eigenen. In de 12de eeuw verschijnt het feodaal stelsel met het ontstaan van de pacht (verhuren van gronden). Het belang van bestaande nederzettingen vergroot aanzienlijk. De bevolking neemt sterk toe evenals de vraag naar akkerbouwproducten. Dit leidt tot grootschalige ontginningen met omvangrijke ontbossingen. Ook minder vruchtbare gronden worden bewerkt. Betere graansoorten en betere landbouwtechnieken leiden tot een steeds hoger rendement. In de 13de eeuw bedraagt het landbouwareaal ongeveer 80% van het land. Enkel onvruchtbare gronden, steile hellingen, heuvelkammen (>100 meter) en jachtgebied blijven bos. Kesterheide en Lombergbos blijven zo vermoedelijk bebost.
De geïsoleerde 'versterkte' hoeve (mottehof) duikt op als gevolg van de machtsstrijd met grond als inzet die losbreekt door de toegenomen bevolkingsdruk. Op sommige plaatsen verspreidt de oorspronkelijk geconcentreerde bewoning zich in het landschap, wat zorgt voor een privatisering van de gronden. De verschillende akkers en weilanden zijn van elkaar afgeschermd door een omheining. Andere dorpskernen blijven bestaan. Op hun gemeenschappelijke gronden wordt het drieslagstelsel toegepast. Vooral vanaf de 14de eeuw zorgen aanhoudende oorlogen en pestepidemieën voor een crisis en een terugval van de bevolking.
Landmark 15: Populieren voor de luciferindustrie (distance from start: 6.96 km/4.32 miles)
Periode 8 - De 18de eeuw (distance from start: 7.05 km/4.38 miles)
Het akkerland is sterk versnipperd, waardoor de landbouw vaak op kleine schaal wordt bedreven. Er zijn vele kleinere boerderijen, waarvan de boer steeds vaker een bijberoep uitoefent. Boomgaarden met hoogstamfruit (landmark 12) komen veelvuldig voor. Ook enkele hopvelden duiken op. Meidoornhagen houden het vee van de akkers. De kleinere percelen in de valleigebieden vertonen een gesloten landschap, terwijl de kouters door het geregeld ontbreken van afsluitingen meer open zijn.
----
1700 tot 1800
In de 18de eeuw komt er een periode van stabiliteit. De bevolking neemt opnieuw toe. Ongeveer drie kwart van de grond is in handen van particuliere eigenaars en een vierde in handen van adel, kloosters, kerken en gasthuizen. Door erfenisrecht geraken de oorspronkelijke gronden sterk versnipperd. Steeds minder boerderijen hebben al hun grond in eigen bezit en steeds meer landbouwers oefenen een bijberoep uit.
Bebouwing concentreert zich vooral in de kernen van kleine dorpen, maar komt ook verspreid in het landschap voor, nabij beekvalleien en bronnen. Grote hoeven, vaak met een veel oudere kern, evolueren naar gesloten vierkantshoeven. Haagkanten sluiten kleine akkers, tuinen en hoogstamboomgaarden af. Het wegennet bestaat uit onverharde of semi-verharde wegen. De Romeinse weg is omgeleid via het dorp Kester.
De Kesterheide en Lombergbos vormen een aaneengesloten bosgebied. Natte weidegronden en enkele boomgaarden sluiten bij de bosrand aan. De meeste beekvalleien blijven 'moerassen' of worden graasweiden. Gooik bestaat voornamelijk uit akkerland (66%) en maar een klein gedeelte uit weide (6%) en hooilanden (6%). De aardappel, meegebracht uit Zuid-Amerika, wordt een belangrijke teelt. Er duiken nu ook nijverheidsteelten (zoals koolzaad voor lampenolie) op. Op het einde van de 18de eeuw leeft nog 80% van de bevolking geheel of gedeeltelijk van de landbouw.
Landmark 12: Boomgaarden met hoogstamfruit uit de 18de eeuw (distance from start: 7.05 km/4.38 miles)
Knooppunt 264 (distance from start: 7.14 km/4.44 miles)
Landmark 11: Vierkantshoeve uit de 18de eeuw (distance from start: 7.14 km/4.44 miles)
Landmark 10: Holle wegen zijn getuigen van middeleeuwse akkerbouw (distance from start: 7.27 km/4.52 miles)
Landmark 16: Steenweg Ninove-Halle is rond 1840 aangelegd (distance from start: 7.27 km/4.52 miles)
Landmark 20: In het centrum van Leerbeek is een nieuw bedrijfsterrein voorzien (distance from start: 7.36 km/4.57 miles)
Periode 9 - Voor de Eerste Wereldoorlog (distance from start: 7.49 km/4.65 miles)
De beekvalleien blijven een meer gesloten karakter behouden door de vele meidoornhagen en houtkanten. Populieren (landmark 15) worden onder invloed van de luciferindustrie massaal aangeplant.
De steenweg Ninove-Halle (landmark 16) is rond 1840 aangelegd en snijdt het gebied Kesterheide en Lombergbos in twee. Ook de buurttram Ninove-Leerbeek-Brussel rijdt vanaf het begin van de 20ste eeuw door dit gebied. (landmark 17)
----
1800 tot 1914
Strenge winters en de aardappelziekte (1845 - 1848) zorgen voor nieuwe hongersnoden. Meer dan de helft van de bevolking leeft en woont in slechte omstandigheden. In 1880 krijgt de landbouw opnieuw een klap te verwerken door de massale invoer van goedkope granen vanuit Amerika. Door deze crisis zoeken velen andere inkomsten en gaan werken in steenkoolmijnen of in de stad. Gedeeltelijke mechanisatie van het werk en buitenlandse concurrentie zorgen voor een nog intensievere landbouw. Door wetenschappelijk onderzoek en verbeterde technieken zijn voordien onvruchtbare bodems nu ook bewerkbaar.
De Kesterheide wordt stelselmatig ontbost en gebruikt als akkerland. Het landschap vertoont een sterk versnipperd bouwland door de vele smalle percelen. Bestaande landbouwbedrijven zijn klein en economisch niet in staat om de binnenlandse markt te bevoorraden. Het aantal huishoudens met een landbouwactiviteit, vaak met enkel 'een koe en een varken', stijgt enorm. Kleine huisweiden liggen rond de woningen. Boomgaarden nemen toe. Akkerbouw is gericht op graan- en veevoederteelten. De veeteelt (rundvee, melkvee en varkens) wordt belangrijker na de grote landbouwcrisis van het einde van de 19de eeuw. Populieren zijn massaal aangeplant als grondstof voor de luciferindustrie.
De bestaande dorpskernen groeien. Langs de wegen ontstaat lintbebouwing. De steenweg Halle-Ninove, en de tramlijnen naar Halle, Ninove en Brussel veranderen het uitzicht van het landschap.
Knooppunt 214 (distance from start: 8.04 km/5 miles)
Periode 10 - Het landschap van vandaag (distance from start: 8.32 km/5.17 miles)
Gooik bestaat vandaag voornamelijk uit agrarisch gebied. Bos of natuurgebieden zijn slechts sporadisch terug te vinden. Langs sommige perceelsgrenzen handhaven zich kleine landschapselementen: hagen, begroeide graften, bermen, bosjes en solitaire bomen. Ze illustreren de typische, historische verwevenheid van de Gooikse natuur met het agrarisch landschap.
----
1945 tot 2010
Na WOII neemt de migratie van de stad naar het platteland toe. Lintbebouwing breidt sterk uit en er komen verkavelingen. Op de Kesterheide verschijnen na WOII militaire installaties en een motorcrosspiste.
Vandaag bestaat de gemeente Gooik uit voornamelijk agrarisch gebied (90%). Bos- of natuurgebieden zijn sporadisch aanwezig (2%). Het agrarisch gebied omvat weide en graslanden (40%) en teelten van voornamelijk maïs (30%), graangewassen (20%) en aardappelen (5%). Deze gemengde landbouw is typerend, waarbij veeteelt vaak bepalend is voor de teeltkeuze. Vandaag heeft de gemeente Gooik nog verschillende inwoners die een landbouwactiviteit beoefenen, in hoofd- of bijberoep. Het inkomen van de boeren blijft onder druk staan en de productiviteit wordt steeds verder opgedreven.
Prikkeldraad is na WOII alomtegenwoordig; de levende omheiningen zijn bijna volledig verdwenen. Er ontstaat zo een open landschap. Boomgaarden komen sporadisch voor. Het landschap “vertuint” waarbij tuinen, stallen en schuilhokken verschijnen. Het typische Gooikse landschap bevat nog vele kleine landschapselementen. Het kan omschreven worden als een glooiend en doorsneden leemplateau, open op de kouters, en door populierenaanplant half-gesloten in de valleien.