Steenhuize-WIjnhuize

POI

BE |

Publiek

De Heren van Steenhuyse hebben steeds tot de hoogste adellijke kringen behoord. De oudste waarvan een geschreven bron gewag maakt is Amelricus in 1155.
De oorspronkelijke Heren van Steenhuse besturen de heerlijkheid tot 1443, tot Jan van Steenhuse overlijdt en alle goederen worden geërfd door zijn zuster Maria, getrouwd met Jan van Gruuthuse. In 1556 worden de Gruuthuses opgevolgd door het huis van Egmont. Deze familie verkoopt in 1605 het ganse prinsdom aan Jean de Richardot.
Na de dood van de weduwe van Claude de Richardot in 1752 wordt het kasteel met de heerlijke goederen, inclusief de begeerde prinsentitel, verkocht aan de familie de Wolff. 32 jaar later krijgt de heerlijkheid alweer een nieuwe eigenaar: Jean-Baptiste d'Hane (ook de bezitter van de gekende patriciërswoning, nu museum in de Gentse Veldstraat).
Nadat de Franse regeerders de feodaliteit en alle prinselijke voorrechten hebben afgeschaft, blijven de kinderen van Jean-Baptiste d'Hane het kasteel bewonen : Louis - Emmanuel (tot 1861), Eduard-Joseph (tot 1873). De erfgenamen van deze laatste d'Hane verkopen in 1896 het domein aan Achilles de Frenne, een rentenier uit het Normandische Rouen. Een van de zonen de Frenne zal na de tweede wereldoorlog in en rond het kasteel een tijdlang een bloemenhandel exploiteren.
In 1978 komt het kasteel in handen van de familie Van Waeyenberge, geboren Steenhuizenaars en bekende industriëlen. Zij maken van het domein de schitterende parel die het anno 1995 is geworden.
Eeuwenlang voerden de Heren van Steenhuyse de uitzonderlijke titel van 'prins'.Wellicht werd de titel verworven door Felix van Steenhuyse (1384 - 1424). De echte reden is niet duidelijk, al lijdt het geen twijfel dat zijn zeer bijzondere relatie met de Graaf van Vlaanderen een doorslaggevende verklarende factor is. Na hem erven of kopen de andere bezitters van het prinsdom de eretitel. Niet alleen de status van prinsdom maakte van het kleine Steenhuize een unieke heerlijkheid . Lange tijd genoten heren en ingezetenen naast de gebruikelijke justitiële en heerlijke rechten en plichten twee bijzondere, merkwaardige privileges.
Op basis van een charter uit 1348 was er vrijstelling van belastingen : geen enkele instantie had het recht om belastingen, taksen, tol,... te zetten tegen de heerlijkheid Steenhuize. Dit voorrecht gaf aanleiding tot tientallen disputen en rechtszaken.
En er gold gedurende een bepaalde periode een recht van vrijgeleide : op het grondgebied van Steenhuize kon niemand vervolgd of gearresteerd worden, tenzij door de plaatselijke heer of zijn gerechtsdienaars. De archieven (en de volksoverlevering)vertellen verschillende voorbeelden van officieren uit het Land van Aalst of elders, die zelf in de gevangenis van Steenhuize zijn beland omdat ze dit recht hadden geschonden. Het prinsdom werd een toevluchtsoord voor vele mensen "die iets op hunne kerfstok hadden" uit alle windstreken. Deze speciale toestand duurde tot 1460, als Lodewijk van Gruuthuse, Heer van Steenhuyse, alle bannelingen en schorremorrie uit zijn domein gooit. "Sindsdien woont er op Steenhuize serieus volk !" beweert oud-burgemeester en Steenhuizenaar Marcel Van Daele). De oorspronkelijke 'woning' van de Heren van Steenhuyse was gebouwd in een moeras rechtover de plaats waar later de burcht/het kasteel zou verrijzen. Het moet een typische mote zijn geweest, met een omgevende wal en watering en een omheining van gepunte houten palen.
Toen de aanvalstechnieken van de vijanden verbeterden en de behoefte aan een efficiëntere verdediging groeide, werd een burcht van steen opgetrokken op de plek van het huidige kasteel. Van deze oer-burcht zijn geen afbeeldingen overgeleverd. Bij restauratiewerken in de jaren tachtig werden wèl fundamenten blootgelegd. De oude vesting werd met de grond gelijk gemaakt in het begin van de woelige zeventiende eeuw.
Vanaf 1626 begint Jeanne de Richardot met de bouw van een modern kasteel, dat er ongetwijfeld een stuk speelser en luchtiger uitzag dan het vorige, ook al bleef het in eerste instantie een verdedigingsgebouw.
(De prinses de Richardot verbleef trouwens doorgaans in haar kasteel te Lembeek en verscheen slechts sporadisch in Steenhuize). Antonius Sanderus toont het gebouw in zijn 'Flandria Illustrata' en laat duidelijk de onregelmatige gevelindeling zien : het geveltorentje en het barokke voorportaal, staan niet keurig in het midden.
Elke hoek wordt gesierd door een rond torentje, dat deels als wachttoren dient en deels de functie van baldakijn vervult. Vanuit elke toren vertrekken dakhellingen, die samenlopen in een bol, met op de top het embleem der Richardots.
Rond het bakstenen gebouw, typisch voor de 17de eeuwse bouwkunst in Vlaanderen, kronkelt een dubbele gracht, met landbouwpercelen op de strook tussen beide wateroppervlakten.
Aan de vorm en de omvang van het gebouw is sindsdien weinig veranderd. Al werd het meer dan eens verwoest door brand of oorlogsperikelen, Maar steeds werd het in ere hersteld.
Zelfs het uitzicht wijzigde nauwelijks : de kantelen verdwenen en de ronde torentjes werden door achthoekige vervangen.
Pas in de twintigste eeuw trad het verval in. Onder de familie de Frenne werd het grootste deel van de waterwal gedumpt. De gebouwen raakten verwaasloosd.
De reddende engelen heetten Camille en -vooral - Piet Van Waeyenberge. Op hun initiatief werd het gebouw omgevormd tot een ontmoetings - en seminariecentrum voor de bedrijfswereld, beheerd door de NV Ecoval.
De ingrijpende restauratiewerken werden voor het grootste deel geleid door kunstenaar Maurits Van Saene, die hiervoor in 1991 werd gelauwerd met de begeerde Europa Nostra Award.

Adres

Steenhuize-Wijnhuize
België

Gesponsorde links

Meer over deze bezienswaardigheid

Routes in de buurt

Relevante kanalen

Gesponsorde links

© 2006-2017 RouteYou - www.routeyou.com