Vredeplein

Plein

BE |

Publiek

Een beetje historiek
CENTRUM
Afbakening: Alfred Nichelstraat, Houtmarkt, Zonnestraat, Keizersplein, Vredeplein, Vrijheidstraat, Esplanadestraat, Vaartstraat, Fritz De Wolfkaai, Leo Gheeraerdtslaan
(gebied binnen de Wallenring)

Van hoeve tot stadje

Tijdens de Romeinse overheersing was deze streek een vruchtbaar landbouwgebied met verspreide boerderijen en een lokaal tempeltje. Van Aalst als stad was nog geen sprake. Ook de omringende dorpen bestonden nog niet.
De oudste vermelding van Aalst vinden we in een lijst uit 868-869 van de verschillende bezittingen van de abdij van Lobbes in Henegouwen. Hierin werd de 'villa quae dicitur Alost' (het domein dat Aalst genoemd wordt) vermeld als een landbouwdomein dat uitgebaat werd ten behoeve van de abdij. Dit domein bestond uit twee delen: de hoofdhoeve die rechtstreeks afhing van Lobbes en een aantal kleinere boerderijtjes die verplichtingen in natura en arbeid hadden tegenover het hoofdhof. De centrale hoeve met watermolen en mouterij lag aan de Dender, ongeveer waar zich nu de Oude Vismarkt en het Oud-Hospitaal bevinden. Dit is meteen ook de oudste kern van de latere stad. Rond dit domein, dat later omgracht werd, vestigden zich gaandeweg steeds meer mensen. Bij gevaar kon men zich immers terugtrekken binnen een relatief veilige omgeving; ook de mogelijkheid tot handeldrijven trok velen aan.
Stilaan groeide hier een nederzetting: verschillende losse boerderijen werden samengevoegd tot dorp en tenslotte tot omwald stadje. Het was in deze periode dat ook een kleine kerk gebouwd werd, de latere Sint-Martinuskerk, en dat het lokale marktplein, de huidige Oude Vismarkt aan belang won. Deze groei in de elfde en twaalfde eeuw kwam vooral door de toename van de landbouwproductie en een sterke aangroei van de bevolking. Ook de ligging aan de Dender en de weg Brugge-Keulen had een belangrijke invloed op de commerciële activiteiten.
De verdedigingsgrachten en omwallingen werden uitgebreid en de impact van deze bouwwerken zien we zelfs nu nog in het stratenpatroon rond het Oud-Hospitaal en de Sint-Martinuskerk. De cirkelvormige structuur is er duidelijk terug te vinden: van het Volderstraatje, de Klapstraat en het nu verdwenen Walgrachtstraatje naar de Lange Zoutstraat en de Molenstraat om zo terug aan te sluiten bij de Oude Vismarkt. De gracht rond de oudste stadskern was 15 meter breed en 4,5 meter diep. Er werden sporen van deze wal en gracht teruggevonden bij de bouw van een nieuwe schoolvleugel in het Sint-Jozefscollege, bij de heraanleg van de Grote Markt en bij de bouw van een winkelpand in de Molenstraat.

In de twaalfde eeuw werd de nederzetting uitgebreid langs de oever van de Dender tot voorbij de latere Pontstraat. Maar Aalst bleef groeien en barstte op het einde van de twaalfde eeuw als het ware uit zijn voegen. Een nieuwe stadsversterking werd opgericht evenals een nieuw marktplein, de huidige Grote Markt. Men startte ook met de bouw van het Schepenhuis. De nieuwe dertiende-eeuwse stadsomwalling bestond uit een gracht met daarachter een gekanteelde muur met uitspringende muurtorens en poortgebouwen ter hoogte van de belangrijkste wegen. Aalst had nu zijn definitieve vorm gekregen en zou tot de negentiende eeuw binnen deze wallen blijven. In de stad was er vanaf de dertiende eeuw een verschuiving merkbaar van het economische hart van de Werf en de Vismarkt naar de Grote Markt, op politiek vlak van de Burcht op de Denderoever tegenover het Oud-Hospitaal naar het Belfort. De Sint-Martinuskerk bleef behouden als religieuze kern.

Stad in ontwikkeling

De stad Aalst veranderde in de tweede helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw geleidelijk aan: verscheidene kloosters en tuinen verdwenen en moesten plaats ruimen voor de opkomende industrie en voor huizen voor de stijgende bevolking. Die groeide van 6.000 in 1570 naar 11.000 in 1800, een stijging van tachtig procent. De welvaart nam toe – weliswaar vooral voor de gegoede klasse – en er werden belangrijke openbare werken uitgevoerd.
Toch trad Aalst niet buiten de middeleeuwse grenzen. Op de gedempte vesten verschenen wel markten of straten, maar daarbuiten werd – behalve op het huidige Keizersplein – nog niet gebouwd. De grootte van de stad bleef tussen pakweg 1580 en 1830 praktisch onveranderd.

Door het toenemende belang van de handel tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw werden verschillende van de oude marktpleinen binnen de stad te klein. In die periode ontstonden de Graanmarkt (op de plaats van het voormalige kapucijnenklooster), de Varkensmarkt (was vroeger op de Grote Markt) en de Houtmarkt (was eveneens op de Grote Markt, verhuisde naar het einde van de Pontstraat, gedeeltelijk op de gevlakte vesten, gedeeltelijk op het beluik van het voormalige wilhelmietenklooster). De Karmelietenvesten werden in 1761 geëffend en dertig jaar later verschenen de eerste van de statige woningen die thans nog te bewonderen zijn op het Keizersplein.

Adres

Vredeplein
Aalst
België

Gesponsorde links

Meer over deze bezienswaardigheid

Routes in de buurt

Relevante kanalen

Gesponsorde links

© 2006-2017 RouteYou - www.routeyou.com