De stadswallen werden aangelegd in de middelleeuwen, vooral met zand uit de nabij gegraven gracht. De wallen op de Nonnenvest zijn 10 tot 12 meter hoog. Om zandverstuiving tegen te gaan werden deze wallen versterkt dmv de aanplanting van tamme kastanjes en haagbeuk. Op het kappen van deze walversterking stonden strenge straffen.
De naam Herentals heeft ook iets met een boom te maken want betekent letterlijk ‘heuvel waar de hekelteer groeit’. Hekelteer is haagbeuk. Er zijn twee mogelijke verklaringen voor die naamgeving:
• Haagbeuk werd vaak aangeplant om de omwalling te verstevigen
• Er stond sowieso veel haagbeuk in de streek. Deze is nu grotendeels verdwenen (wel nog veel terug te vinden in het Peertsbos). Met de opkomst van de mijnbouw werd de haagbeuk gekapt om plaats te maken voor grove den. Om de mijnschachten te stutten gebruikte men immers bij voorkeur grove den: niet alleen is deze houtsoort sterk en buigzaam, ze heeft als belangrijk voordeel dat ze eerst luid kraakt alvorens te breken. Bij instortingsgevaar hadden de mijnwerkers zo iets meer tijd om te ontsnappen (vgl met kanarie ). Overigens: timmerhout van grove den = grenen.
Hekelteer is haagbeuk (carpinus betulus).
Niet te verwarren met de beuk. De Haagbeuk is lid van de berkenfamilie en nauw verwant aan de hazelaars, en heeft toevallig een blad dat lijkt op dat van de beuk. De beuk heeft echter een gaaf blad, terwijl dit van de haagbeuk gezaagd is.
Herkomst haagbeuk:
Reeds 10 miljoen jaar geleden, in het Plioceen, was de haagbeuk in Europa inheems. Door de grijze, gladde bast en de vorm van het blad zou je denken dat het om een beuk gaat. Maar dat is niet zo. De haagbeuk hoort bij een andere familie, namelijk die van de hazelaars. De naam haagbeuk duidt al op het gebruik, namelijk voor heg(haag)beplanting. Door regelmatige snoei, ontwikkelt zich geen kroon en kan er geen dikke stam ontstaan. In tegenstelling tot de beuk, vallen de verdorde bladeren van de haagbeuk in de herfst van de boom.
Het woord haag komt van het Middelhoogduitse hac wat bosje, omheining betekent.
Tot het verspreidingsgebied behoort heel Europa, behalve Scandinavië en Spanje. De begrenzing in Engeland loopt langs de 57e breedtegraad. Verder komt de haagbeuk ook voor in Klein-Azië, Kaukasus en Noord-Iran, bepaalde soorten ook in Noord-Amerika en Oost-Azië. Gebieden, waar deze boom bijzonder goed groeit, zijn Polen en Litouwen.
In Duitsland (Beierse en Zwarte Woud) is het een belangrijke bosboom omdat hij o.a. de stammen van eiken en essen voor de felle zon beschermt, een goede humuslaag vormt en de bodem los houdt. Hij groeit zowel op zware, vochtige leemgronden als ook op droge kalrijke bodem.
In België komen we hem vaak tegen in de Voerstreek en Haspengouw in holle wegen en bosranden. Prachtige haagbeukbossen zien we in Duitsland oostelijk van Oldenzaal in het 'Bentheimer Urwald'.
Plantkenmerken:
De eenhuizige haagbeuk kan 25 m hoog en 200 jaar oud worden, en bloeit pas na 20 jaar. Als hakhout of knotboom wordt hij vaak nog veel ouder. Zijn kroon is dicht en gewelfd, zijn schors glad en lichtgrijs. De stam is vaak zeer onregelmatig. Stammen en takken hebben de neiging om aan elkaar te groeien. De bladknoppen zijn slank toegespitst en zitten dicht tegen de takken aangedrukt. De verspreid staande bladeren zijn smal, spits en eivormig, hebben duidelijke nerven en de randen zijn dubbelgezaagd.
Iets later dan de echte beuken loopt de haagbeuk uit. Hij bloeit dan meteen (april/mei). De mannelijke katjes komen te voorschijn uit hun speciale knoppen, meestal onderaan het schot van het voorafgaande jaar.
Tijdens de bloei worden grote hoeveelheden stuifmeel geproduceerd en door de wind verstoven. De vrouwelijke bloempjes die onderaan de kortloot groeien, hebben een rode stamper. Zij komen uit knoppen die ook bladeren bevatten.
De vruchten zijn hartvormige nootjes, verbonden met een groot driedelig dekblad dat als vliegapparaat dient. Zij worden door de wind verspreid en bevatten kleine, sterk generfde zaden. Zij blijven vaak lang aan de boom hangen. Als ze van de boom vallen, zijn de vogels er als de kippen bij.
Meikever.
Haagbeuk is een belangrijke waardplant voor de meikever. Volwassen kevers voeden zich met de bladeren en de bloemen. De plant speelt tevens een belangrijke rol in de voortplanting van de kever. Mannelijke kevers zouden sterk gevoelig zijn voor alcoholen die vrijgesteld worden uit door vraat beschadigde bladeren. Zo kunnen ze efficiënt op zoek gaan naar de locatie van mogelijke partners. De bladeren van de haagbeuk vormen eveneens voedselbron voor een groot aantal larven van vlinders.
Gebruik:
De haagbeuk, die veel schaduw verdraagt, komt meestal als struik voor, of als haag die zich na het snoeien bijzonder snel herstelt, daardoor is deze zeer geschikt als haagplant. Ook de beuk (Fagus sylvatica) wordt als haag gebruikt, wat door de Nederlandse naamgeving zeer verwarrend is. Een beukenhaag is iets anders dan een haagbeukenhaag. De haagbeuk kan veel beter tegen wisselende waterstanden i.t.t. de beuk. Op de klei is daarom de haagbeuk al gauw een betere keuze. Waar een gesnoeide jonge beuk 's winters de dode, bruine bladeren laat hangen, is de haagbeuk min of meer kaal (hoewel deze ook zijn blad lang laat hangen). Doolhoven bestaan vaak uit haagbeukhagen. Hij is ook geschikt voor het vormen van bogen, blokken en andere figuren. Haagbeuk wordt ook wel eens aangeplant om de grond onder naaldbomen te verbeteren.
Haagbeuk werd net zoals zwarte els vaak aangeplant op oeverranden, of aarden omwallingen om deze te verstevigen. Haagbeuk groeit goed op zowel drassige als drogere gronden (en verdraagt dus goed wisselende waterstanden), en hout met zijn wortelstelsel de aarde goed vast.
Haagbeukbladeren werden vaak als veevoer gebruikt, met name wanneer de oogst van andere veldgewassen zoals klaver en luzerne mislukt was. Tot de import van soja werd dit in Europa nog vaak toegepast.
Voor het ijzertijdperk werd het harde hout van de haagbeuk vaak gebruikt om er voorwerpen van te maken die een lange levensduur vereisten, b.v. slagersblokken. In streekdialecten wordt deze boom daarom ook 'steenbeuk' of 'ijzerbeuk' genoemd. Het hout heeft geen kern en is geelwit, zwaar en taai met karakteristiek gebogen jaarringen. Bij verweer komen vezels los en splintert nooit. Vandaar wordt het traditioneel ook gebruikt voor snijplanken. Het is even weinig duurzaam als beukenhout, omdat het sterk aan werking onderhevig is en gevoelig is voor houtworm. Het is geschikt voor de fabricage van hakblokken, heipalen, houten kamwielen, katrollen, houten hamers, gereedschapsstelen, onderdelen voor windmolens, assen, piano-onderdelen, spindels, melk - en botertonnen, kegels enz.
De haagbeuk is bij uitstek geschikt voor hakhoutcultuur. Als hakhoutstoven hebben haagbeuken vaak eeuwen overleefd. Grillig geknotte bomen staan vaak als spoken in de bosrand. Het hout brand ook langzaam en geeft veel warmte en is zeer aangenaam brandhout. Vroeger werd haagbeukenhout gebruikt voor het branden van houtskool. Van haagbeukenas maakte men potas.
Tamme kastanje.
De tamme kastanje is geen familie van de paardenkastanje, deze tamme –en eetbare- variant behoort eveneens tot de familie van de napjesdragers. Familie van beuken en eik dus.
De tamme kastanje is een bladverliezende boom die vooral bekend is om zijn vruchten met de stekelige bolsters. Als ze rijp zijn, barsten ze open en vallen de vruchten omlaag. Bij ons zal dat niet vaak het geval zijn, want deze boom heeft veel zomerse zon nodig. Hij is inheems in Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië. Daar groeit hij in mediterrane eikenbossen in gebieden met warme zomers en zachte winters, meestal op silicaathoudend gesteente. Ten noorden van de Alpen is het een oude cultuurplant en vaak verwilderd.
Ouderdom
Tamme kastanjes zijn verwant aan beuken en eiken, en worden onder gunstige omstandigheden 200 – 300 jaar oud. In Zuid-Europa kunnen we enorme exemplaren vinden met een stamomtrek van meer dan 20 m. De oudste en grootste boom staat op Sicilië op de helling van de Etna. Eigenlijk zijn het 3 kastanjebomen die met elkaar vergroeid zijn. Zij hebben een omtrek van 62 m en zijn 2000 tot 4000 jaar oud.
In het kleine Engelse dorpje Tortworth staat naast de kerk de oudste tamme kastanje van Engeland. Hij wordt op 800 -1100 jaar geschat, heeft een omtrek van 11,49 en een hoogte van 13 m.
Herkomst
Men heeft altijd verondersteld dat de Romeinen de tamme kastanje naar Noord-Europa gebracht hebben. Maar volgens nieuwe onderzoekingen groeide hij daar al tijdens het late ijzertijdperk rond 200 v.Chr. Waarschijnlijk hebben de Kelten de lekkere vruchten meegenomen en voor verspreiding gezorgd. Dat lukte vooral in de warmere gebieden in het Rijndal. Later gingen de Romeinen de tamme kastanje steeds vaker verbouwen om hun legioenen van voedsel te voorzien. In middeleeuwse kloostertuinen werd hij doelgericht aangeplant.
In Zuid-Engeland staan heel grote exemplaren. In Noord-Amerika zijn de aaneengesloten bossen van de Amerikaanse tamme kastanje (Castanea dendata) door de kastanjepest voor het grootste deel verdwenen.
Plantkenmerken:
De tamme kastanje is gemakkelijk herkenbaar aan de lange, grof gezaagde bladeren. Deze zijn glanzend donkergroen aan de bovenzijde. De onderzijde is ietsje lichter. Na het uitlopen van de bladeren verschijnen de hoofdjesachtige mannelijke bloemen die als een parelsnoer aan rechtopstaande, lange katjes zitten. De vrouwelijke bloemen bevinden zich aan de basis van de katjes, omgeven door een groene, schubachtig bebladerde vruchtbeker. Kevertjes, vliegen en bijen zijn de bestuivers. Van de mannelijke bloemen gaat een geur uit die kevers aanlokt, en op de stempel bevindt zich een zoet smakend druppeltje nectar. Aan de rijpe vrucht blijft vaak de mannelijke, aarvormige bloeiwijze zitten. De vruchten zijn leerachtige, glanzend bruine nootjes. Meestal zitten er drie bijeen in een geelbruine, gestekelde vrij grote vruchtbeker (cupola). Deze openen zich met vier kleppen. De stekels zijn een soort afweerwapen tegen de voortijdige aanval door vogels en eekhoorns.
Gebruik hout:
Het hout van de tamme kastanje heeft inderdaad gelijkaardige eigenschappen als dat van eik. Hard en duurzaam doordat de kern veel looizuur bevat. Het hout van de tamme kastanje is fijnvezelig en zeer goed bestand tegen vocht en daarom in vochtige omstandigheden houdbaarder dan eikenhout. Kastanje is geschikt voor het vervaardigen van tuinmeubels, bruggen, steunpalen voor druivenstruiken. Tegenwoordig zijn afsluitingen uit kastanje stokken erg populair. Vroeger werd kastanjehout ook vaak gebruikt voor vaten, en specifiek als wijnvaten.
Gebruik culinair en medicinaal:
De vruchten rekent met tot de noten en zijn zeer voedzaam (zetmeel, proteïne, suiker en vitamines Bi, B2 en vooral C). Omdat ze veel koolhydraten en weinig vet voor een noot werd ze in vroegere tijden dan ook de 'aardappel van de armen' genoemd.
In veel Zuid-Europese landen bestaat er een heuse eetcultuur rond de kastanje, omdat ze in bepaalde streken heel lang een belangrijke voedselbron geweest is. In het zuiden van Frankrijk speelt deze boom nog steeds een belangrijke economische rol. Zowel het hout als de vrucht worden op tal van manieren verwerkt. Bijvoorbeeld in de Ardeche en de Cevennnen zijn nog veel kastanjebomen en –bossen te vinden. Heuse kastanjemusea bieden kastanjehoning, -paté, koekjes met –meel, -nouga, -confituur, in deFranse Ardèche wordt er een zoete puree van gemaakt (crème de marrons)die als broodbeleg dient… En het regionaal bier van Corsica is… kastanjebier
Kastanjes hebben eeuwenlang miljoenen Italianen in leven gehouden, vooral in de berggebieden. Wanneer graanoogsten mislukten of plunderende legers door het land trokken, beschermde de tamme kastanje het volk tegen de honger en kou. Het verzamelen en verwerken van kastanjes is een heuse gebeurtenis en (castagnatura) begint in Italië op 29 september (de dag van San Michele) en duurt tot 11 november (de dag van San Martino).
Ook eekhoorntjes, Vlaamse gaaien, kraaien, muizen en wilde zwijnen zijn dol op de ‘nootjes". Zij zorgen ervoor dat de bomen zich in het wild kunnen verspreiden. Bijen verwerken de nectar van de bloemen tot een donkere, lekkere honing. Door zijn hoog gehalte aan fructose blijft hij lang vloeibaar.
In steden zoals Wenen, Zürich en Parijs worden tijdens herfst en winter op straat gepofte kastanjes verkocht, de ‘maronen’of ‘marron’. Lekker zijn ook gekookte of gesuikerde kastanjes.
Marron is trouwens het frans voor Paardekastanje. Oorspronkelijk werden de grote tamme kastanjes, die makkelijker te verwerken zijn (want minder te pellen) zo genoemd. Maar toen de Paardekastanje vanuit de kaukasus werd geintroduceerd werden de gemiddeld grotere pardekastanjes “marrons” genoem, en de boom “marronier”.
Uit extracten van de bladeren werden vroeger medicijnen tegen hoest, slijmvorming en diarree bereid. De beroemde Engelse kruidenkenner Nicholas Culpeper (1616-54) schreef kastanjes voor om bloed te verdikken. In heel Europa werden kastanjes meegedragen als medicinaal amulet.
Naamgeving:
Zijn naam heeft de tamme kastanje te danken aan de Griekse Stad Kastanéia in Pontus, een historische landstreek aan de kust van het Zwarte Meer waar men hem op grote schaal cultiveerde. De Romeinen veranderden zijn naam in Castanea. Het woord sativa betekent gecultiveerd, nuttig of verzadigend.
Legenden
De naam ‘kastanje’stamt volgens een legende uit de Romeinse mythologie: de jachtgodin Diana was op de vlucht voor oppergod Jupiter, die haar wilde verleiden.Toen veranderde Diana zich zelf in een tamme kastanje waardoor ze ‘casta’(kuis) wist te blijven.
In Italië beschermde een tamme kastanje schapen tegen een hongerige wolf door zijn takken als een beschermende kooi om de dieren heen te zetten. De boeren wisten het: de tamme kastanje was een geschenk van God want in het najaar regende het brood uit de hemel. Maar de duivel was jaloers en blies zijn kwade adem over de bolsters, die toen scherpe stekels kregen. Toen deed God een slimme tegenzet: als de kastanjes rijp waren en op de grond vielen, sprongen de bolsters in vier delen open in de vorm van een heilig kruis. Zo kon men de kastanjes zonder moeite oprapen.
De boom van honderd paarden
Er wordt verteld dat in 1308 Giovanna, koningin van Aragon, op weg naar de Etna door een regenbui werd overvallen. Zij en haar gevolg konden gelukkig onder een boom van kolossale afmetingen, een tamme kastanje, schuilen. Men gaf deze boom de bijnaam Castagno dei Cento Cavalli ofwel Boom van de honderd paarden. Deze intussen holle boom met een omtrek van 68 m leeft nog steeds. Hij lijkt op een groep bomen die samengegroeid zijn. Uit onderzoek is gebleken dat zij een gemeenschappelijke hoofdwortel hebben. Men schat de leeftijd van deze boom op 2000-4000 jaar.
¬Verlaat de wallen via dezelfde oprit. volg de vesten tot aan de parking en vervolg je weg langs de Augustijnenlaan. Links bevind zich een oprijlaan en parking van de nieuwe delhaize-supermarkt, ergens rechts van deze oprijlaan naast een stukje begrinde grond staat een grote en oude Eik.
| | Publiek
Adres: Herentals
Statistieken
Selecteer hieronder één van de populairste activiteiten of verfijn je zoekopdracht.
Ontdek de mooiste en meest populaire routes in de buurt, zorgvuldig gebundeld in passende selecties.
Selecteer hieronder één van de populairste categorieën of laat je inspireren door onze selecties.
Ontdek de mooiste en meest populaire bezienswaardigheden in de buurt, zorgvuldig gebundeld in passende selecties.
Met RouteYou kan je eenvoudig zelf aangepaste kaarten maken. Stippel je route uit, voeg waypoints of knooppunten toe, plan bezienswaardigheden en eet- en drinkgelegenheden in en deel alles met je familie en vrienden.
Routeplanner

<iframe src="https://plugin.routeyou.com/poiviewer/free/?language=nl&params.poi.id=1800971" width="100%" height="600" frameborder="0" allowfullscreen></iframe>
© 2006-2026 RouteYou - www.routeyou.com