Bron: Pascal Brackman
In de buurt van Pepinster-Theux-Spa zit je volop in de geologische Ardennen. De toeristische versie van de Ardennen wordt wel veel ruimer genomen. De geologische Ardennen zijn vooral gekend voor harde zandstenen (psammieten) en leistenen. Maar hier vind je normaal geen kalkstenen. Die ken je vooral van de streken aan de rand van de geologische Ardennen zoals de Calestienne. Maar we vinden hier in de buurt van Theux juist wel kalkstenen. Met ander woorden, hier is iets vreemds aan de hand. Maar wat? Het is alsof de Ardennen hier, na honderden miljoenen jaren, even hun jas hebben opengeritst en je een inkijkje krijgt in hun onderbuik.
Het schema geeft je inzicht hoe het in elkaar zit. Relatief eenvoudig samengevat kunnen we het in volgende stappen schetsen.
Tijdens de Hercynische gebergtevorming, zo’n 350 tot 300 miljoen jaar geleden, werd de aardkorst hier flink door elkaar geschud, verschoven en geplooid.
Dat deze activiteit gepaard ging met enorme krachten, is vandaag nog duidelijk af te lezen aan deze gesteentelagen. De intense zijwaartse druk tijdens de Hercynische gebergtevorming heeft de oorspronkelijk horizontale sedimentaire lagen sterk doen vervormen. De plooiing was zo intens dat er zelfs inverse (omgekeerde) plooien ontstonden. Je kunt dit voorstellen als een stapel tapijten die op elkaar liggen en die door enorme zijwaartse druk zo sterk worden samengedrukt dat ze over zichzelf heen plooien.
Hierdoor komt het onderste tapijt – de oudste laag – plots boven op het bovenste tapijt – de jongere laag – te liggen. Dit is een schending van het normale principe dat oudere lagen onderaan en jongere bovenaan liggen. Na deze intense plooiingsfase ontstond er een breuk in het gesteente. Langs dit breukvlak verschoof een groot pakket gesteente over een ander pakket: een overschuiving (op schema's vaak aangeduid met een witte pijl). Door deze overschuiving werden oudere gesteenten over jongere lagen heen geschoven, waardoor de stratigrafische volgorde nog meer verstoord raakte.
Tot slot greep de erosie in. En niet zo maar een beetje. Wat je moet weten is dat de Ardennen na de Hercynische gebergtevorming enkele kilometers hoog waren, grofweg 2.000 à 3.000 meter. Het waren dus geen bescheiden heuvels, maar resten van een grote bergketen, vergelijkbaar in schaal met wat we nu zien in de Alpen of Pyreneeën. Als je weet dat het hoogste punt van de Belgische Ardennen, het Signaal van Botrange, op slechts 694 meter ligt, en dat de plateaus hier in de omgeving op 300m tot 500 meter liggen weten we dus dat er heel wat afgeschaafd is van deze bergen. Op sommige plaatsen werd er wat meer uitgeschuurd dan op ander plaatsen zoals langs de vallei van de Hoëgne in Theux.: rivieren en andere verwering processen sleten het landschap uit en creëerden valleien en depressies.
In de depressies en valleien werden de jongere gesteenten zichtbaar die onder de overschuiving lagen, terwijl de oudere gesteenten hoger op de hellingen en bovenaan bleven liggen. En dat zie je duidelijk op het schema (zie aanduiding Cambrium versus Devoon en Carboon). Zo ontstond het kenmerkende patroon van het Venster van Theux: jongere lagen in de vallei, oudere lagen erboven – een direct gevolg van plooiing, overschuiving en erosie. Wat dus geologisch interessant is aan het Venster van Theux, is dat jongere Devoon- en Carboongesteenten zichtbaar zijn in een lager gelegen kom, terwijl de omliggende, vaak veel oudere Cambriumgesteenten van het Massief van Stavelot hoger het reliëf vormen. De regel is dat ouder gesteenten onderaan liggen en jongere hogerop. Het omgekeerde zoals hier, jongere lagen onderaan in het huidige landschap, oudere lagen hogerop—dat voelt geologisch tegenintuïtief, maar is in Theux precies het resultaat van een omgekeerde tektonische stapeling. En dat komt door overschuiving én differentiële erosie.
Het resultaat is het volgende:
Door die merkwaardige situatie hier krijg je een uitzondering in de Ardennen. Een plek met kalksteen in de lage delen van het "gat" of "venster" omringd dor de klassieke gesteenten van de Ardennen: zandstenen en fyllieten op de hoger gelegen gedeelten.
En dat heeft zo zijn gevolgen. Je krijg hier merkwaardige karstfenomen zoals rivieren die verdwijnen via verdwijngaten en droge valleiën.
Door dit geologisch fenomeen krijg je hier heel wat afwisseling in de ondergrond die zicht vertaalt in andere bodems met verschillende eigenschappen, heel wat verschillen in landgebruik en natuurlijke begroeiing en een variatie in hellingen en vlaktes. Kortom een ecologisch lappendeken van opties. En dat zie je vertaald in zowel flora als fauna.
Hoog in de lucht zweven hier meerdere indrukwekkende roofvogels met breed gesperde vleugels, optimaal gebruikmakend van de thermiek boven het gevarieerde reliëf. De opvallend diep gevorkte staart verraadde al snel hun identiteit: rode wouwen. Deze schitterende roofvogels zijn uiterst kieskeurig als het gaat om hun leefgebied. Ze hebben behoefte aan een kleinschalig, halfopen cultuurlandschap: rustige, oudere bomen aan een bosrand of in een kleinschalig bosmassief om ongestoord te kunnen broeden; open graslanden, extensief begraasde weilanden, hooilanden en akkers waar ze efficiënt kunnen speuren naar prooien zoals woelmuizen, jonge vogels, grote insecten en aas; een afwisselend landschap met bosjes, heggen, kabbelende beekdalen en zonnige hellingen, waarin ze met minimale inspanning urenlang kunnen zweven.
In de lagen van het Onder-Carboon, lager gelegen in de vallei van de Hoegne, tref je zink aan. En dat zorgt voor enkele zeldzame plantjes die je hier kan aantreffen. Zink is voor planten een noodzakelijk spoorelement, maar in hoge concentraties wordt het een lastige buur. Het verstoort de opname van onder meer ijzer en andere voedingsstoffen, beschadigt wortels en remt de fotosynthese. Veel gewone plantensoorten krijgen daardoor gele bladeren, groeien nauwelijks of verdwijnen helemaal uit zulke bodems—vooral wanneer die bodem zuur is, want dan komt zink gemakkelijker beschikbaar voor de wortels. Het zinkviooltje is een van de charmante uitzonderingen. Dit gele viooltje is gespecialiseerd in zinkrijke, schrale bodems, zoals die bij oude zinkmijnen en natuurlijke zinkvoorkomens rond Theux en de Vesdervallei. Maar je treft hier nog tal van andere zinkliefhebbers aan: zinkboerenkers, zinkblaassilene, zinkschapengras en zinkgalmeiwormkruid.
De bossen in de omgeving zijn uniek als landschapsmozaïek — niet omdat elk bos rond Theux op zichzelf uniek is. De uitzonderlijkheid zit in de combinatie van Ardeense zure bossen, beek- en valleibossen én lokaal kalkgebonden bosvegetatie, veroorzaakt door het geologische Venster van Theux. Het Bois de Staneux heeft zure beukenbossen, eikenbossen en lokaal alluviaal elzenbos. Het kent een groot, aaneengesloten boscomplex met beekdalen, oud hout en belangrijke bosvogels. In de Hoëgne- en Vesdervallei heb je dan hellingbossen, oever- en alluviale bossen. De dalen verbinden uiteenlopende vochtige en droge habitats.
Het zwarte marmer van Theux is een van de meest karakteristieke gesteenten uit de regio en een prachtig voorbeeld van hoe geologie, geschiedenis en economie hier samenkomen. Technisch gezien is het geen echt “marmer” (metamorfe kalksteen), maar een zeer fijnkorrelige, zwarte kalksteen uit het Onder-Carboon (Viséaan, ca. 345–340 miljoen jaar oud). Het gesteente bestaat uit zwarte, bitumineuze lutiet (fijn kleiig kalkslib) met weinig fossielen met een microkristallijne calcietmatrix die uitstekend te polijsten is. De intense zwarte kleur ontstaat door de rijke organische materie die in een zuurstofarme, diep mariene of beschutte lagune-omgeving werd afgezet. De winning van het zwarte marmer in Theux gaat terug tot de Gallo-Romeinse tijd en kende een hoogtepunt in de 16e–18e eeuw.
Historisch werd het vooral gebruikt voor grafmonumenten en grafzerken, beeldhouwwerk en religieuze sculpturen en decoratieve elementen in kerken en kastelen. Zo vond je de "zwarte marmer" terug op volgende plaatsen:
In de oude mijn van Le Rocheux was al sinds de middeleeuwen bekend, maar werd vooral in de 19e eeuw uitgebaat om er ijzererts, zinkerts en looderts te ontginnen. De kwaliteit van het ontgonnen erts werd internationaal geprezen en er werden bijna 150 mijnschachten gegraven, waar op het hoogtepunt van de ontginning 400 mijnwerkers aan de slag waren. Na verloop van tijd hoopten de mijnslakken zich op tot de mijnactiviteiten in 1880 werden stopgezet. Deze storthopen hebben de bodem met giftige zware metalen verzadigd, wat niet bevorderlijk is voor een kolonisatie van planten. Plantensoorten die de aanwezigheid van zware metalen in de bodem kunnen verdragen vormen de zinkminnende vegetatie.
| | Publiek
Selecteer hieronder één van de populairste activiteiten of verfijn je zoekopdracht.
Ontdek de mooiste en meest populaire routes in de buurt, zorgvuldig gebundeld in passende selecties.
Bron: Pascal Brackman
Selecteer hieronder één van de populairste categorieën of laat je inspireren door onze selecties.
Ontdek de mooiste en meest populaire bezienswaardigheden in de buurt, zorgvuldig gebundeld in passende selecties.
Bron: Pascal Brackman
Met RouteYou kan je eenvoudig zelf aangepaste kaarten maken. Stippel je route uit, voeg waypoints of knooppunten toe, plan bezienswaardigheden en eet- en drinkgelegenheden in en deel alles met je familie en vrienden.
Routeplanner

<iframe src="https://plugin.routeyou.com/poiviewer/free/?language=nl&params.poi.id=9647478" width="100%" height="600" frameborder="0" allowfullscreen></iframe>
© 2006-2026 RouteYou - www.routeyou.com